Faqta Nederlands

Hoe het werkt

De methode

Faqta Nederlands is een thematische methode voor groep 4 tot en met 8. Je biedt taal, technisch lezen en begrijpend lezen geïntegreerd aan met thema's die gekoppeld zijn aan wereldoriëntatie. Gedurende vijf weken gaan leerlingen met één thema aan de slag waarover ze lezen, luisteren, spreken en schrijven.

Wat de leerlingen doen

  • Elke dag wordt er met LIST-leesroutine gewerkt aan de ontwikkeling van technisch en vloeiend lezen.

  • Rijke teksten en authentieke bronnen vormen het startpunt van de lessen en de input voor de verwerking in het leerwerkschrift.

  • Iedere week werken leerlingen aan mondelinge taalvaardigheid, bijvoorbeeld in de coöperatieve werkvormen. 

  • Elke week wordt er gewerkt aan taalbeschouwing in de breedste zin, middels modern semantisch grammaticaonderwijs. Je gebruikt het EDI-model wanneer dat effectief is voor het lesdoel.

  • In week 1 en 4 wordt bovendien gewerkt aan laagdrempelige én grote stelopdrachten. Leerlingen leren reviseren, feedback geven en ontvangen, en gaan hun werk publiceren of presenteren.

  • In week 2 en 3 gaan de leerlingen begrijpend lezen met behulp van de close reading-aanpak.

De kerndoelen

Faqta Nederlands is afgestemd op de definitieve conceptkerndoelen voor Nederlands (2025), met uitzondering van de doelen voor (werkwoord)spelling en handschriftonderwijs. Voor deze onderdelen moet een aparte methode worden ingezet. Lees meer over de koppeling met een spellingsmethode →

Hoe de methodes elkaar aanvullen en versterken

De samenhang

Met de wereldoriëntatiemethodes Faqta Wereld en Faqta InZicht bied je de leerlingen een kennisrijke context, waar in Faqta Nederlands over geschreven, gelezen, gepraat en naar geluisterd kan worden. Zo wordt eenzelfde thema vanuit verschillende invalshoeken aangeboden (vanuit wereldoriëntatie-perspectieven en vanuit taal).

 

Meer lezen over Faqta InZicht? Klik hier →

 

Faqta Wereld    Faqta InZicht

Het verschil

Faqta Lezen is verwerkt in Faqta Nederlands: begrijpend lezen met de Close Reading-aanpak vormt hier een vast onderdeel van, naast taal en technisch lezen. Faqta Lezen is er daarnaast ook als losstaande methode, specifiek gericht op begrijpend lezen.

 

 

 

Faqta Lezen 

Instructievideo's

Samenhang_Illustratie
3:26

Overzicht en het thema opstarten

Geen losse methodes, maar één lesprogramma waarin taal, lezen en wereldoriëntatie elkaar versterken.

Bekijk de video →

Samenhang_Illustratie
2:33

Technisch lezen met LIST

Dagelijks werken aan technisch en vloeiend lezen met de LIST-leesroutine, passend bij elke groep.

Bekijk de video →

Samenhang_Illustratie
3:12

Opbouw van een thema

Van bron tot verwerking: zo bouw je een les op en geef je les met Faqta Nederlands.

Bekijk de video →

Samenhang_Illustratie
1:39

Taalbeschouwing en EDI

Modern semantisch grammaticaonderwijs, soms gecombineerd met het EDI-model, voor heldere taalbeschouwingslessen.

Bekijk de video →

Samenhang_Illustratie
3:30

Close reading en woordenschat

Begrijpend lezen aanpakken via close reading, met aandacht voor woordenschat binnen het thema.

Bekijk de video →

Samenhang_Illustratie
0:57

De eindopdracht en toetsing

In laatste weken werken leerlingen toe naar de eindopdracht en toetsing, als afsluiting van het thema.

Bekijk de video →

Meer weten over deze lesmethode?

Bekijk de algemene handleiding voor meer informatie. Deze vind je alleen op ons leerplatform: ga naar een thema en download de algemene handleiding bij het leerkrachtmateriaal. Bekijk het leerplatform →

Aan de slag

Welke materialen heb ik nodig?

Voor deze lesmethode maak je gebruik van leerwerkschriften. Deze kun je bestellen via ons contactformulier. Leerwerkschriften bestellen →

 

📄 Boekenlijst Faqta (PDF)

 

Hoe zet ik de lesmethode op het rooster?

LIST-lezen
Groep 4 — 45 min/dag
Groep 5 t/m 8 — 30 min/dag
Nederlands
45 — 60 min/dag
 

Klassikaal en zelfstandig

In principe adviseren we om de kennisoverdracht (de slides) klassikaal te doorlopen en de verwerking zelfstandig te doen. Onder zelfstandig verstaan we ook het werken in twee-, drie-, of viertallen.

Klassikaal
- De kennisoverdracht 
- De fases van EDI 
- De tegel
- Optioneel: Het nakijken van een verwerkingsopdracht

Zelfstandig 
- Het maken van een verwerkingsopdracht in het leerwerkschrift
- De verwerkingsvragen en de open vragen in de tegels op het leerplatform
- Optioneel: Tegel 1/16, tegel 8/13 en tegel 5, 10, 15 en 20 (op de fases bij de EDI-tegels na) 

 

Handige documenten

📄 Jaarplanning Faqta Wereld  & Faqta Nederlands (Losse groepen en combigroepen)

📄 Weekplanningen Faqta Wereld & Faqta Nederlands (Losse groepen en combigroepen)

📄 LIST schoolbreed organiseren (PDF)

 

Hoe kan ik de lesmethode combineren met een spellingsmethode?

In Faqta Nederlands wordt geen (werkwoord)spelling en handschriftonderwijs aangeboden. Om de koppeling te kunnen maken met een spellingsmethode, hebben we alle  taalbeschouwingsonderdelen en manieren waarop je Faqta Nederlands kunt combineren met een spellingsmethode voor je op een rijtje gezet. 

 

📄 Overzicht taalbeschouwingsonderdelen (PDF)

📄 Overzicht combinatie Faqta Nederlands & Staal 2 Spelling en grammatica

 

Handige tips voor het lesgeven

Starten met stelonderwijs

Ga je starten met Faqta Nederlands en gaan je leerlingen voor het eerst aan de slag met stelonderwijs? We hebben een aantal handige tips voor je onder elkaar gezet:

  • Gebruik tegel 3/18 en 4/19 in eerste instantie als uitlooptijd voor de grote opdracht.

  • Gebruik de klikplaat met mentortekst uit tegel 3/18 als voorbeeld voor de grote opdracht in tegel 2/17.

  • Zet de tips voor extra begeleiding klassikaal in.

  • Gebruik coöperatieve werkvormen om leerlingen te laten spreken voordat ze gaan schrijven.

  • Gebruik de modelscripts uit de themavoorbereiding om de stelopdrachten voor te doen.

  • Pas de opdrachteisen bij de antwoorden van het leerwerkschrift aan.

  • Bij een combinatiegroep: Laat de oudere groep het eerste thema meedoen met de jongere groep (op de taalbeschouwingstegels na) om te wennen aan de methode en zelfvertrouwen te ontwikkelen in het eigen stelvermogen. 

Een les voorbereiden

Ga je een les voorbereiden voor Faqta Nederlands? Dit is hoe je dat handig aan kunt pakken. 

De rode draad in elke les is het lesdoel (in de themavoorbereiding), de bron (in het leerwerkschrift) en de verwerking (in de themavoorbereiding en het leerwerkschrift). 
Vervolgens kun je in de themavoorbereiding zien hoe er vanaf de bron naar de verwerking in het leerwerkschrift wordt toegewerkt. Welke slides je gebruikt in je les, beslis je op basis van de behoeften van jouw klas.

Bekijk voor jouw les de volgende stappen:
1. De bron: op het leerplatform of in het leerwerkschrift als het gaat om een tekstuele bron.
2. Het lesdoel in de themavoorbereiding.
3. De verwerkingsopdrachten in het leerwerkschrift en in de themavoorbereiding.

Een thema voorbereiden

Een thema van Faqta Nederlands voorbereiden? We nemen je stap voor stap mee in hoe je dit kunt aanpakken. 

In de methode is de opzet van deel 1 en 4 anders dan bij deel 2 en 3. Die bereid je daarom anders voor. Bij deel 1 en 4 let je met name op de grote opdracht. Hoe gaan leerlingen deze opdracht reviseren (redigeren?) en vervolgens publiceren of presenteren? Voor deel 2 en 3 bereid je de sessies van close reading voor en kijk je hoe er wordt toegewerkt naar sessie 3. Bij elk deel kijk je naar het taalbeschouwingsdeel. Is de taalbeschouwingsles opgezet met EDI of is er een alternatieve lesopzet?

Deel 1 en 4 voorbereiden: 
Bekijk de volgende stappen:
1. De bronnen: op het leerplatform of in het leerwerkschrift als het gaat om een tekstuele bron.
2. De lesdoelen van het deel in de themavoorbereiding. 
4. De verwerkingsopdrachten in het leerwerkschrift en in de themavoorbereiding:
    a. De laagdrempelige schrijfopdracht van tegel 1/16.
    b. De grote opdracht van tegel 2/17.
    c. Hoe de leerlingen elkaar hier feedback op geven in tegel 3/18.
    d. Hoe de leerlingen hun grote opdracht presenteren of publiceren in tegel 4/19.
5. Per les de lestips, de tips voor pre-teaching, extra ondersteuning en extra begeleiding. Bepaald of, en voor wie, je deze differentiatiemogelijkheden wilt inzetten. Kies ook of, voor wie en wanneer je de belangrijke woorden-tegel wilt inzetten. 
6. Het onderwerp van de taalbeschouwingsles en of de taalbeschouwingsles met EDI of met een alternatieve lesopzet is opgebouwd.

Bekijk de volgende stappen:
1. Bron 4/6 (de close reading-bron) en bron 5/7 (de bron van de tussenles): op het leerplatform of in het leerwerkschrift als het gaat om een tekstuele bron
2. Het lesdoel en verwerkingsvorm van sessie 3 (tegel 9/14) en daarna de lesdoelen en verwerkingsvormen van sessie 1 en 2 in de themavoorbereiding en in het leerwerkschrift. Hoe wordt er toegewerkt naar sessie 3? 
3. De differentie-werkbladen van sessie 2 (tegel 7 en 12). Bedenk voor wie je deze werkbladen wilt inzetten. Bekijk ook de overige differentiatiemogelijkheden en bepaal of en voor wie je deze differentiatiemogelijkheden wilt inzetten. 
4. Het onderwerp van de taalbeschouwingsles en of de taalbeschouwingsles met EDI of met een alternatieve lesopzet is opgebouwd in de themavoorbereiding.